Zat van

17 augustus 2008 -

“Is ie’ gewond?” vroeg de vrouw achter me aan mij, toen ik vanmorgen in het gras langs het kanaal stond. Ze had me waarschijnlijk van mijn fiets zien afstappen en was nieuwsgierig geworden naar waarom ik ineens, zo om 08:20 uur ’s morgens, met mijn witte linnen broek het groene, nog vochtige gras in was gedoken.


“Hoogstens wat verzwakt”, antwoordde ik terwijl ik het zilvermeeuwenjong, wat mij al een poosje versuft en schaapachtig aan zat te kijken vanuit het gras, een stukje brood met kalkoenfilet toewierp. Gretig hapte het dier toe. Eerst dacht ik even een te groot stuk brood te hebben gegeven maar al gauw bleek dat hij geenenkele moeite had om het naar binnen te werken.

“Ik denk dat ie gewoon wat eten nodig heeft. Hij ziet er naar uit of ie dat kan gebruiken”, voegde ik daar nog aan toe.

Meeuwen zijn over het algemeen vrij bezige vogels. Soms dobberen ze wat in het water, trappelen in het gras naar wormen, plagen hun buren of slenteren wat langs de waterkant. In de vogelopvang, heb ik ze vaak van een afstandje ‘geobserveerd’, en mogen constateren dat het echte clowns zijn. Ze vermaken zich prima met elkaar en ook met de dingen (boomstammetjes, takjes, voerbakken) die ze vinden. Het opgooien ervan (wij noemen het ook wel jongleren…) is een populaire bezigheid.
Een (jonge) meeuw die in elkaar gedoken in het gras zit en niet helemaal helder uit de ogen kijkt (en in dit geval wat aan de magere kant leek te zijn): da’s geen goed teken. Zeker met deze warme dagen, is voldoende voedsel een noodzaak. Toch leek hij al aardig op te knappen van mijn rijkelijk belegde boterham met kalkoenfilet, plakjes cherry tomaat en een snufje zout.
Nog voordat ik die mevrouw had kunnen uitleggen hoe ik dat dan kon weten, dat die meeuw verzwakt was, klonk er een zware stem.


“Ow, een meeuw?” Er had zich een, ongezond uitziende man bij ons gezelschap gevoegd, vergezeld door zijn hijgende herdershond. Mijn ‘reddingsactie’ had, onbedoeld, blijkbaar nog meer voorbijgangers nieuwsgierig gemaakt…

“Laat dat beeust tog! Die red se’ eiguh wel. En sow niet: we hebbuh d’r tog sát ván”, zei de man met het pafferige gezicht. “Die beeusten sein gewoon een plàag.”

“Ja, misschien moeten we mensen ook maar gewoon láten", zei ik met met een verbeten toon, “daar hebben we d’r namelijk ook sát ván..!” Mijn vernietigende blik was voor de man reden genoeg om zijn wenkbrauwen op te halen en door te lopen.
“Simpele ziel…” Als we zo zouden redeneren bij alles waar tog sát ván is, dan zou er weinig overblijven op deze wereld…

Het meeuwenjong was inmiddels een beetje wakker geworden van al die aandacht en besloot dat het tijd was voor zijn bad. Heel voorzichtig kwam hij wat wankelend omhoog, op zijn poten en waggelde naar de waterkant. Met een kleine plons belandde hij in het kanaal, waarna hij wat onwennig rond badderde in het water. Hij was al weer aardig opgeknapt. Ik keek op mijn horloge.

“Shit.. half négen!”

De vrouw was al weer op haar fiets gestapt en ik moest ook maar ’s gaan. Toen ik ’s middags weer naar huis reed, was er geen spoor meer van mijn meeuw te bekennen. ‘Die zal vast wel ergens verderop in het kanaal zitten’ verzekerde ik mezelf, terwijl ik het bezorgde gevoel in me, probeerde te negeren, het beeld van de pafferige man en z’n herdershond nog op mijn netvlies…



Laatste 5 nieuwsartikelen

Verdrietig 15 september 2008
Merelkindertjes 17 juni 2008
Statiegeldactie 12 juni 2008
1 juni 2008: Open Dag 29 mei 2008
Birdie, birdie! 19 mei 2008